Binnenvaartondernemers zijn moderne werkgevers die voor een succesvolle bedrijfsvoering onder meer afhankelijk zijn van hun bemanning. Een capabele, hardwerkende crew met hart voor de zaak is een belangrijke asset om klanten optimaal te kunnen bedienen. Echter; aan het eind van het jaar wordt ‘personeel’ niet opgenomen onder het kopje bezittingen (assets) op de balans, maar vinden we bemanningsleden terug in de categorie kosten. Voor ondernemers is het dus van belang om te kunnen opereren op het snijvlak van efficiënte personeelsplanning en veilig en verantwoord ondernemen. Koninklijke BLN-Schuttevaer is van mening dat hier in de huidige bemanningsregeling te weinig ruimte voor is en lobbyt, via ESO, al jaren voor een flexibeler insteek die aansluit bij de huidige en toekomstige technieken aan boord van een binnenvaartschip. De aanhouder wint is gebleken, inmiddels is via het TASCS onderzoek een eerste aanzet gegeven voor een tool om minimale bemanningssterkte te berekenen. 

TASCS
Het TASCS onderzoek is door een groep deskundigen uitgevoerd onder supervisie van de sociale partners. De onderzoekers hebben een werkbelastingbeoordeling uitgevoerd om de relevante taakeisen en kritieke elementen in de werkomgeving en perceptie van bemanningsleden te kunnen identificeren. Hiertoe hebben circa 50 werkbezoeken aan schepen van allerlei typen in diverse vaargebieden plaatsgevonden. Om een waarheidsgetrouw beeld te kunnen schetsen hebben de onderzoekers interviews gehouden met bemanningsleden, zowel op management- als op operationeel niveau. Zo kregen zij inzicht in de werkzaamheden aan boord van alle verschillende type schepen onder uiteenlopende omstandigheden. Alle (deel)taken aan boord zijn vastgelegd en de zwaarte ervan is beoordeeld. Er is gekeken naar navigeren, activiteiten met betrekking tot lading (of passagiers), onderhoud maar ook naar de reistijd van en naar het schip. Ook de lichamelijke én geestelijke belasting zijn in kaart gebracht. Bovendien is rekening gehouden met nieuwe technologieën, zoals moderne afmeertechnieken of e-navigatie. 

Een van de conclusies uit het onderzoek is dat het voor de belasting bij het navigeren niet uitmaakt wat de afmetingen van een schip zijn. Voor het varen zelf volstaat één persoon. Extra handen zijn wel nodig voor sommige manoeuvreeracties, bij afmeren en bij schutten. Verder werd duidelijk dat de belasting in een aantal gevallen gereduceerd kan worden. De ene keer kan een taak worden uitbesteed, de andere keer is automatisering mogelijk en soms kan het werk anders georganiseerd worden.

Conclusie
De slotsom is dat bemanningsregels in de toekomst mogelijk gebaseerd kunnen worden op de taken aan boord, in tegenstelling tot de huidige situatie waarin de combinatie van scheepstype, -lengte, technische uitrustingsstandaard en exploitatiewijze nog maatgevend zijn. Dit inzicht is op ons verzoek gekoppeld aan een bruikbare oplossing in de vorm van een tool of instrument die ondernemers in staat stelt te berekenen welke bemanningssterkte je per situatie minimaal nodig hebt. Inmiddels ligt er een serieuze aanzet voor een bruikbare tool. 

Doorpakken
De uitkomsten van het onderzoek en de aanzet tot de tool geven ons munitie om met de EU en CCR door te pakken op een nieuwe Europese bemanningsregeling. Dit gebeurt nu op het niveau van CESNI. Dat is het platform waar de standaarden voor de binnenvaart worden vastgesteld. In februari is hiervoor de speciale werkgroep CESNI/QP-crew opgericht. BLN-Schuttevaer heeft hier, via ESO, ook zitting in. Het streven is dat de nieuwe bemanningsregeling in 2024 van kracht wordt.