Terwijl menig bedrijf zucht onder de gevolgen van de coronacrisis, is het een drukte van belang bij Scheepswerf ’t Ambacht in Hendrik-Ido-Ambacht. Welgeteld één internationale klant durfde het vanwege een mogelijke lockdown in maart niet aan, verder is het ‘business as usual’. “We hebben geen enkele reden tot klagen”, vertelt Mitchel de Leeuw.

Mitchel (25) is de zoon van Ab de Leeuw. Met een vader die scheepswerven in het bloed heeft, hij heeft in 1998 Scheepswerf ’t Ambacht overgenomen, is het niet vreemd dat het vak hem enorm boeit. Zijn opleiding, MBO 4 Scheeps- en Jachtbouw, gaf al aan welke richting het op zou gaan. “Als tiener had ik hier mijn vakantiebaantjes en sprak ik klanten van mijn vader die ik nu zelf kan helpen. Als kind werd ik meegenomen naar de (doop)feestjes in de binnenvaart; het is helemaal mijn wereld.”

Leerproces
In 2012 kwam Mitchel in dienst, dat werd het begin van intensief leerproces. “Ik assisteer onze bedrijfsleider Jean Luc. Hij gaat richting de pensioengerechtigde leeftijd, maar heeft het nog enorm naar zijn zin. De bedoeling is dat ik het op termijn van hem overneem, dat doen we in wederzijds overleg. Voorlopig kijken we het nog even aan. Gezien de drukte is het maar goed dat we er allebei zijn want er is werk genoeg.” Hieruit blijkt duidelijk dat Scheepswerf ’t Ambacht niet over één nacht ijs gaat.

In het kantoor liggen de werkdossiers ruim uitgespreid als bewijs van de drukte. Hier wordt alles bijgehouden en verwerkt. Het is er de zoete inval; medewerkers die met vragen komen over de planning of over technische aspecten. Het ‘echte’ werk gebeurt op de helling, in het dok, in de haven en aan de steigers. “Soms is het nodig representatief te zijn voor de klanten, maar een ander gedeelte van de tijd trek ik een overall aan en ben ik kraanmachinist, voorman of hellingmeester. Het is een mix van binnen en buiten.”

Roro, reparatie onderhoud
en klasse maken

Scheepswerf ’t Ambacht heeft twee specialiteiten. De eerste is het bouwen, ombouwen en repareren van Roll-on-Roll-off-schepen, afgekort RoRo. De Fuerte en Terra 2 zijn daar mooie voorbeelden van, schepen waar Mitchel tot zijn trots nog aan heeft meegewerkt bij de bouw. “Vorig jaar hebben we drie maanden lang het RoRo-schip Titan op de werf gehad. “Het schip had een flinke schade opgelopen, wij hebben het weer volledig kunnen repareren”. Over repareren gesproken, op de helling en op het schroevendok vinden vele reparaties plaats. “De helling was ooit gebouwd op enkelwandige tankers, in de loop van de tijd hebben we de helling verder doorontwikkeld zodat die geschikt is voor dubbelwandige tankers van 110 bij 11,40 meter, eventueel zelfs tot een breedte van 13,50.” Klasse maken en schroeven wisselen komt ook veel voor. “We proberen voor klasse maken in combinatie met onderhoud maximaal een week aan te houden”, aldus Mitchel. “Een combi van de keuringsinstanties, de scheepseigenaar en ons werk.” 

Snelheid en prijs
“Snelheid in combinatie met een redelijke prijs, daar ligt onze kracht”, vervolgt hij. “Dat geldt ook voor kopschades of schades aan het achterschip. Het ijzerwerk, bankwerk en laswerk doen we in eigen beheer”. Motorwerk doet ’t Ambacht niet zelf, dit gebeurt wel ter plekke door de gespecialiseerde bedrijven. Vaak in combinatie met ander werk. Naast het dok en de helling staan twee kranen van tien en acht ton. Scheepswerf ’t Ambacht heeft twintig man in vaste dienst en over het algemeen acht tot tien man ingeleend via een gespecialiseerd uitzendbureau. Daarnaast doet classificeerder Catonovo scheepsonderhoud B.V. alles op het gebied van schoonspuiten, stralen en conserveren met acht man op de werf.

Bij ’t Ambacht is plaats voor acht schepen en is er een uitwijkmogelijkheid naar Scheepswerf Niessen in Zwijndrecht voor drie schepen. Ook deze werf valt onder het concern. Genoeg plek dus voor de klanten uit Nederland, België, Duitsland en soms Frankrijk.

www.scheepswerfambacht.nl